|
Laat je werkdag de keuze maken, niet het label “chino” of “jeans”. Let vooral op drie plekken waar je het verschil het snelst voelt én ziet: bovenbenen, knieën en de beenopening. Als die drie kloppen, beweeg je makkelijker door de dag en oogt je outfit rustiger. In een overzicht met verschillende broeken kun je daarna sneller filteren op fits die hierbij aansluiten. Begin bij je werkdag, niet bij het modelMaak het jezelf makkelijk en zet twee dingen scherp: hoe netjes wil je eruitzien, en hoeveel beweeg je? Een chino is vaak handig als je er verzorgd uit wilt zien zonder veel gedoe. Denk aan dagen met meetings, veel zitten en opstaan, en combinaties met een overhemd, trui of colbert. Een jeans past vaak beter als je werkdag informeler is of als je veel loopt en onderweg bent. Denim voelt meestal steviger en matcht makkelijk met sneakers, een T-shirt of overshirt. Twee snelle checks: – Wil je dat een jeans netter oogt? Kies dan voor een rustige wassing en een subtiele afwerking; dat geeft sneller een clean uitstraling. – Ga je voor strak en verzorgd met een chino? Houd er rekening mee dat chino’s vouwen vaak sneller laten zien: je startlook is meestal het strakst en wordt gedurende de dag wat losser. Wat je meteen merkt in de paskamer: bovenbeenruimte maakt het verschilEen broek kan prima zitten in de taille en toch niet goed werken. De ruimte rond bovenbeen en kruis, plus hoe de pijp richting knie en kuit valt, bepaalt vaak of je er een hele werkdag prettig in zit. Test in de paskamer meteen je “werkdagbewegingen”: – Zitten (bureau): blijft het ontspannen bij je bovenbenen en prettig bij het kruis, dan zit je vaak goed. Voelt het drukkend, dan wijst dat meestal op een andere fit (meer dan op alleen een grotere taillemaat). – Lopen: valt de stof soepel langs knie en kuit, dan oogt het rustiger. Zie je veel spanning of plooien bij de knie, dan helpt een iets ruimere pijp of beenopening vaak. – Achterkant tijdens lopen: blijft de broek op z’n plek zonder dat je steeds hoeft te corrigeren, dan klopt de verhouding tussen heupen en bovenbeen meestal. Moet je veel bijstellen, dan is een andere pasvorm vaak slimmer dan het “oplossen” met een riem. Pasvorm, stof en onderhoud: zo houd je het praktischKoppel de fit direct aan wat je dag vraagt. Slim fit oogt vaak netjes. Zit je veel of stap je vaak in en uit de auto, dan maakt extra ruimte bij bovenbeen en knie het verschil. Werkt je huidige maat niet lekker, dan geeft dezelfde maat in regular fit je vaak sneller comfort dan meteen een grotere taille. Relaxed fit geeft de meeste ruimte en zit vaak heel comfortabel. Wil je wel ruimte maar niet te casual, dan is regular fit vaak de middenweg die op veel dagen werkt. Qua stof: – Denim voelt vaak steviger en kan in het begin wat stug zijn. Zoek je iets dat tegen een stootje kan en vaak mooi in model blijft, dan zit je met denim meestal goed. – Chino-stof voelt vaak zachter en luchtiger en beweegt prettig mee. Tegelijk laat die stof vouwen vaak eerder zien bij bovenbenen en knie, zeker na een dag zitten en bewegen. Check ook de lengte bij je schoenen: een broek die netjes “breekt” op je schoen oogt rustiger. Niet te veel stapelen op je veters, maar ook niet zo hoog dat het geheel iel wordt. Een kleine lengte-aanpassing kan de hele broek direct netter laten vallen. Snelle keuzehulp zonder gedoeHoud de volgorde simpel: als bovenbeen en knie goed zitten, wordt de rest vanzelf makkelijker. Heb je vaak meetings en wil je netjes zonder dat het strak voelt, dan is een chino meestal de logische eerste keuze. Loop je veel en ben je vaak onderweg, dan voelt een jeans vaak praktischer. Twijfel je tussen twee maten? Laat je bovenbeen beslissen: de maat die daar goed zit is meestal de beste basis. Is de taille dan net iets ruimer, dan kan dat eventueel aangepast worden, zodat het comfortabel én netjes blijft zonder trekken op de plekken waar je bewegingsruimte nodig hebt. |
Chino of jeans: welke broek werkt echt voor jouw werkdag?
- Gepubliceerd door Puur Shoppen.nl
- Blog
Tags:
Gepubliceerd door
Noor Bakker
Content Schrijfster





